De Weg Naar Hoogleraar : Een Gesprek Met Renger Witkamp
Wat doet een hoogleraar eigenlijk de hele dag? Veel mensen denken misschien aan colleges geven en wetenschappelijke artikelen schrijven. Misschien denk je wel aan een man in een witte labjas die de hele dag nors voor zich uitkijkt en nadenkt. Of misschien denk je aan een saaie, rigide baan.
In werkelijkheid is het werk van een hoogleraar allesbehalve saai. Het is druk. Het is hectisch. Het is chaotisch. Er lopen meerdere projecten tegelijk en er is altijd wel iets gaande.
Tijdens een gesprek met prof.dr. Renger Witkamp, hoogleraar aan de Wageningen Universiteit, wordt dat al snel duidelijk. Het leven van een onderzoeker blijkt veel meer te zijn dan alleen onderwijs geven en onderzoek doen.
Om te begrijpen hoe hij op deze plek is terechtgekomen beginnen we bij het begin. We gaan terug in de tijd. Een tijd waarin Witkamp aan het begin van zijn carrière staat. Een tijd die nog relatief rustig is. De kalmte voor de hectiek.
80% Farmaceut , 20% Bioloog
Op zijn achttiende begint Witkamp aan de studie biologie aan de Utrecht Universiteit. Tijdens zijn studie merkt hij dat het toekomstperspectief voor biologen in die tijd niet bepaald reden tot optimistisme geeft . Veel studiegenoten laten zich daarom omscholen tot IT-medewerker.
Maar IT? Daar heeft Witkamp niet zoveel zin in.
In plaats daarvan kiest hij voor farmacie. Tijdens zijn stages merkt hij dat werken in een gewone apotheek hem te weinig afwisseling en uitdaging biedt.
In plaats daarvan kiest hij voor het onderzoek, de eerste jaren overigens wel gecombineerd met een deeltijd functie in de apotheek die is gekoppeld aan zijn promotieplaats, namelijk de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
Zijn academische loopbaan begint zoals gebruikelijk als assistent in opleiding (aio), of, zoals het soms ook wel wordt genoemd: PhD-student. Na een periode als universitair hoofddocent waagt hij een stap in het diepe naar TNO . Gelukkig blijft de academische wereld aan hem trekken en keert hij in 2006 terug naar de universiteit. Hij wordt dan eindelijk hoogleraar aan de Wageningen Universiteit.
Dit is opvallend omdat terugkeren naar de universiteit na een langere periode daarbuiten meestal lastig is.
“Zodra je weg bent bij de universiteit, is het echt ontzettend moeilijk om weer terug te komen”, vertelt hij. Toch lukt het hem. Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met zijn (op dat moment nog) niche expertise: de combinatie van farmacologie en voeding. Het is deze expertise die ze juist in Wageningen heel erg graag willen.
Wat Doet Een Hoogleraar Eigenlijk?
Wanneer ik hem vraag waar hij zich allemaal mee bezighoudt, moet hij lachen.
“Heb je even?”
Het werk van een hoogleraar blijkt veel meer te zijn dan onderwijs en onderzoek alleen. Hij begeleidt ook studenten, van bachelors tot promovendi, coördineert vakken en leest grote hoeveelheden manuscripten en onderzoeksvoorstellen. Daarnaast stuurt hij ook onderzoeksgroepen aan en schrijft hij voortdurend projectvoorstellen. Een belangrijk deel van het werk als hoogleraar draait namelijk om financiering: zonder geld bestaat er geen onderzoek.
Misschien is een meer verrassende taak zichtbaarheid creëren. Onderzoekers worden regelmatig benaderd voor interviews of bijdragen aan media om hun werk toe te lichten. Zo uitte hij recent nog kritiek op misleidende gezondheidsclaims rond voedingssupplementen in Trouw, en werkte hij mee aan verschillende mediapublicaties over voeding en wetenschap.
Je zou bijna denken dat er geen tijd meer over is. Maar dan vertelt hij dat hij ook nog bestuurslid is van verschillende organisaties: Medicinale Cannabis, Alliantie Voeding in de Zorg, en Voeding Leeft. Waarom ook niet? Het verklaart misschien ook waarom de feedback van mijn bachelorscriptie soms nog wel eens op zich liet wachten…
Onderzoek Is…
Volgens Witkamp is het leven als onderzoeker vooral onvoorspelbaar.
“Vaak is het wel een beetje houtje-touwtje,” zegt hij.
Je verwacht het misschien niet bij een baan aan de universiteit, maar je moet je bedenken dat je als hoogleraar aan de voorgrond van “het nieuwe” en “het ontdekken” staat. Het is daarom ook hartstikke logisch dat je veel moet improviseren en dat er veel vallen en opstaan bij komt kijken. Je doet tenslotte iets wat nog nooit eerder gedaan is.
Daarnaast horen lange werkdagen er ook bij. Werkweken van zestig uur zijn volgens hem geen uitzondering. Dat is ook wel te zien aan de feedback van mijn bachelorscriptie die soms op een zaterdagavond om 1:00 ‘s nachts binnenkwam.
“Voor dit werk moet je echt geen 9-5 mentaliteit hebben,” zegt hij. Je werkt veel en hoewel niet alle inspanningen zichtbaar worden beloond, leveren ze op andere manieren waardevolle ervaringen op.
“Je kunt daarom ook alleen onderzoeker zijn als je echt gepassioneerd bent over je vakgebied,” zegt Witkamp. “Je moet geloven in wat je doet. Geloven dat je onderzoek écht impact heeft. Je moet geloven in het onbekende. Je moet het willen ontdekken van nieuwe dingen.”
Hoe geweldig en bijzonder is het om zoveel passie te hebben voor iets? Zoveel te geloven in wat je doet? Wetenschap is geloven dat we met elk klein inzicht en met elke kleine bijdrage aan het enorme web van artikelen, samen een stukje dichterbij een betere wereld komen.
Onderzoek In De Buitenwereld
Naast dat onderzoek ons heeft gebracht waar we zijn, is het echter ook belangrijk om kritisch te blijven op hoe we onderzoek doen. Tijdens het gesprek komen dan ook maatschappelijke vraagstukken op. Vragen waar ik nu ook geen antwoord op heb. Vragen over de onafhankelijkheid van onderzoek wanneer een groot deel gefinancierd wordt door bedrijven. Iets wat vooral speelt in voedingsonderzoek. Maar ook hoe je omgaat met de media. Wetenschappers proberen hun resultaten zo genuanceerd mogelijk te communiceren, maar de media houden meer van sensatie. Hierdoor worden de resultaten van onderzoek nog wel eens uit de context gehaald.
Daarnaast neemt de bureaucratie binnen de onderzoekswereld ook toe. Onderzoekers doen tegenwoordig niet meer alleen onderzoek. Ze moeten ook navigeren tussen complexe systemen van financiering, regelgeving, en verantwoording.
Er blijft veel om over na te denken.
Aan het einde van het gesprek geeft Witkamp nog een laatste advies mee voor studenten die overwegen een academische carrière te volgen:
“Volg je hart, doe wat je leuk vindt, maar daag jezelf uit. En als je de kans krijgt om promotieonderzoek te doen: doe het. Het gaat pittig worden, maar je krijgt er veel voor terug.”
Een perfecte samenvatting voor het beroep van hoogleraar. Pittig, maar het waard.